josephrotsaert_1936
Joseph Rotsaert in 1936

Joseph François Jean Rotsaert werd geboren op 21 april 1884 te Brugge. Hij was de zoon van timmerman Jacques Rotsaert en diens echtgenote Julie Billiau, die in de Kreupelenstraat 19 woonden. Hij was de één jaar oudere broer van beeldhouwer Octave Rotsaert. Joseph is nooit gehuwd geweest hij ging celibatair door het leven.

Tegen het eind van de Eerste Wereldoorlog werkte Joseph als tekenaar bij het Belgisch leger in Sint-Adresse (nabij Le Havre). Via Parijs keerde hij op 13 november 1918 reeds naar Brugge terug. Maar hij reisde weer naar Frankrijk en vond een onderkomen in Villefranche sur Saone (bij mevrouw Champalle, Rue Matronale 22b).

Een brief gericht aan Julien Schaeverbeke, verstuurd in mei 1920: “Mon cher Julien, comment allez vous et la service technique de la ville de Bruges, y avez vous réussit! Depuis bientôt 3 mois je me trouve installé dans les environs de Lyon. J’y gagne bien ma vie, néanmoins j’espère bientôt revenir en Belgique. La patrie, c’est a dire la Flandre m’étant devenu bien chère. A votre chère famille vous fasseriez mes meilleures amitiés. Bien à vous! Joseph”. In het kort: Joseph zegt dat hij niet ver van Lyon een woonplaats heeft gevonden en dat hij wel goed zijn kost verdiend. Hij wil zeker en vast terug naar Brugge komen.

josephrotsaert03
Van links naar rechts: Joseph Rotsaert, Julien Schaeverbeke en Charles Schaeverbeke (opname gemaakt te Mol)

Joseph deelde met Julien Schaeverbeke niet alleen de passie voor het schilderen en tekenen. Beiden verzamelden ze ook postzegels, niet alleen de Belgische maar zegels vanuit de hele wereld. Geen van beiden was aangesloten bij een postzegelclub, maar telkens er een kaartje of een brief aankwam werd de begeleidende postzegel zorgvuldig losgeweekt in een plat schoteltje gevuld met lauw water. Vooral de eerste Belgische postzegels waren erg gegeerd; ze hadden ook de meeste waarde. Op een keer ging het bijna mis, Julien Schaeverbeke vertelt: “we hadden een tiental ‘groentjes van België’ (1 centiem, met de beeltenis van Leopold I en uit diens regereeperiode) opgeborgen in een luciferdoosje en weggestopt in de lade van een kast. Maanden laater vind ik dat doosje terug, schud er eens mee en… gooi ik het toch wel in de vuilbak zeker! Een paar dagen nadien komt Seppen (Joseph Rotsaert) hier en we klappen over de ‘timbers’ en plots besef ik dat ik dat doosje vol ‘groentjes van België’ weggesmeten had! Vlug naar het koertje waar de vuilbak staat en o ramp; hij is reeds leeg, opgehaald door de vuilkar! Wij te vierklauwens naar de vuilnisbelt gaan zoeken. Het was een hopeloze taak om tussen al die patattenschillen en lege conservenblikken een lucifersdoos op te sporen. Maar na enige uren vonden we het toch wel zeker! Er was niets aan en ze zaten er nog allemaal in!”.

josephrotsaert_molen_klein
bonne chière aan de kruispoort, kunstwerk van Joseph Rotsaert

Joseph Rotsaert had lang in Frankrijk gewerkt als locomotief tekenaar. Tijdens de oorlog viel er een bom naast het bureel waar hij aan het werk was en hij vloog met z’n tekentafel achteruit. Sindsdien was hij potdoof geworden. Joseph kreeg van de Franse staat ook een karig pensioentje zodat hij het financieel amper kon redden. Iedere morgen kwam hij naar de Moerkerkse steenweg nr 39, bij Julien Schaeverbeke, om er de krant te lezen.

Hij las met een vergrootglas want z’n bril was versleten en geld voor een nieuwe had hij niet. Julien Schaeverbeke zat samen met Joseph Rotsaert op de trein naar Bordeaux, opeens stopte de trein midden in een veld; er haperde iets aan de locomotief. Iedereen mocht eventjes uitstappen en we moesten wachten tot er een mecanicien zou opdagen om het treinstel weer in orde te krijgen. Joseph liep naar voor, maakte zich bekend aan de machinist en repareerde onder de ogen van de verbouwereerde Fransen de machine! Onder luid applaus vertrokken ze weer, richting Bordeaux.

Eenmaal op pensioen verhuisde Joseph Rotsaert van de Prins Albertstraat 37 te Sint-Kruis naar rustoord Sint-Jozef te Oostkamp. Hij kreeg een zeer karig pensioentje van de Franse staat. Hij had immers het grootste gedeelte van z’n beroepsloopbaan doorgebracht in Frankrijk.

In het Sint-Jozefsklooster vond men toch een geschikte kamer voor hem: het vroegere lijkenhuisje! Het was van boven tot onder met witte tegeltjes bekleed en had een zeer hoog plafond. Dat was het enige dat hij met z’n pensioentje kon betalen!

Uit de biografie van Julien Schaeverbeke, met dank aan Karel Vandendorpe voor deze tekst. (2007-2013)
Met dank voor de foto’s Karel Vandendorpe.

Spellingsfout gezien? Selecteer de tekst met uw linker muisknop en klik op Ctrl+Enter.

Geef een reactie