4. Louis De Winter als Mecenas

4.1. Octave Rotsaert (1885-1964)

scannen0021
Octave Rotsaert samen met koning Boudewijn I op de onthulling van het ruiterstandbeeld Albert I – 1954.

Louis De Winter ontmoette Octave Rotsaert (1885 – 1964) voor de eerste keer tijdens WOI in De Panne. Volgens zijn dagboek als “Médecin Auxiliaire” aan het “Hopital d’évacuation d’armée” achter de IJzer, was het op een dinsdag 9 februari, de 190ste dag van de oorlog; vermoedelijk in 1915: “Rencontre du dessinateur Rotsaert de Bruges. Dessins épatants.’’ In de daarop volgende weken vermeldt hij: « Rotsaert fait des portraits »; « le soir Rotsaert fait un croquis pour moi » ; « Rotsaert va faire un pastel dans les dunes – le soir il fait des caricatures » : « Rotsaert va peindre à l’huile » . Nergens is er in het dagboek sprake van Rotsaert als beeldhouwer. En toch kan Rotsaert voor Brugge misschien als de Pickery of zo men wilt als de Depuydt-Canestraro van het midden van de 20ste eeuw beschouwd worden. Zou de stad Brugge al bevoorrechte “stadsbeeldhouwers” gehad hebben, lang voor Antwerpen er maar aan dacht een “stadsdichter” aan te stellen?

mauritssabbe001_album
Buste Maurits Sabbe, minnewaterpark Brugge.

De buste van Maurits Sabbe aan het Minnewater, het ruiterbeeld van Albert I bij het Zand, de krachtige buffels van de Canadabrug, de serene Pax in oud St. Jan, een OLV- en een Andreasbeeld in Zevenkerken. Het borstbeeld van Louis De Winter (“’t is hem “gespogen”) dat op zijn graf staat in Steenbrugge én in de inkomhal van Sint-Jan op Ruddershove én bij mij thuis én wellicht nog elders reken ik natuurlijk niet bij de hogervermelde Brugse publieke beelden.

Dat Louis De Winter de overgang van Rotsaert van teken- en schilderkunst naar beeldhouwkunst meemaakte is zeker, maar er zijn geen sporen van.

paxbeeld_002
het monument “de PAX” van Rotsaert in 1947.

Vast staat dat Michel de Ghelderode schrijft dat Rotsaert met een gipsen model van de Pax een eremedaille behaalde op het Salon van Parijs in 1924. Inspiratiebron voor dat prachtwerk was Louis De Winter zeker niet, zoals later wel het geval zou zijn met de schilder Armand Jamar. Rotsaert zou persoonlijk geïnspireerd geweest zijn door de gruwelen van de eerste wereldoorlog, gevolgd door korte verblijven in de abdij van Zevenkerken en Maredsous. Het gipsen model leidde nadien een stofferig bestaan in een uithoek van het atelier van Rotsaert. Onder impuls van de Vrienden van de Musea kocht Louis De winter het beeld en liet het in brons vereeuwigen. Hij koos ook de huidige standplaats op het serene binnenplein van Oud Sint-Jan, waar eeuwenlang liefdevol en vredelievend aan ziekenzorg werd gedaan. Mooi meegenomen was voor Louis De Winter natuurlijk dat hij elke dag opnieuw zelf van “zijn” Pax kon genieten van uit zijn dienst voor hart- en longziekten die op dit binnenplein uitgaf (nu: een Internetcafé). Dank zij verkoop van het beeld door zijn erfgenamen aan de stad Brugge kon dit prachtig geheel bewaard worden. Het verhaal van Louis De Winter en Octave Rotsaert is hiermee echter nog niet gedaan.

OctaveRotsaert_groot_21_1024_868
Een prachtig plaasteren oorlogskunstwerk die nog nooit voor het publiek werd tentoongesteld. Het gaat nml. over het unieke kunstwerk die bij dokter Louis De Winter heeft gestaan, met name de officiële benaming in de krantenartikels van toen: “het dodenmonument”. Met dank aan Christian Daems voor deze mooie foto.

Rotsaert boetseerde in 1929 een bas-reliëf in gips (185 x115 cm). Het stelt 6 frontsoldaten voor, die na een gasaanval mekaar ondersteunend , blind, mank, naar adem snakkend op zoek gaan naar hulp. De compositie denken aan “De Parabel van de Blinden” van Pieter Breughel: Ik beeld me graag in dat Rotsaert dit beeld bedoeld heeft als tegenhanger op de Pax: het vreedzame van afwezigheid van oorlog, tegenover de gruwel van afwezigheid van vrede…

parabel_der_blinden
“De Parabel van de Blinden” van Pieter Breughel
oude burgstr 1
interieur van dokter De Winter met het gipsen oorlogsmonument van Octave Rotsaert.

Dit beeld werd nooit in brons gegoten, maar werd voorlopig toch gered door Louis De Winter door het een ereplaats te geven op de schouwmantel van zijn werkkamer in de Ouden Burgstraat. Na de verkoop van het huis werd het andermaal, en deze keer op het nippertje gered uit de afbraakcontainer waarin ook het door Maurice De meester ontworpen interieur verdween.

Sedertdien (1967) is dit tenger gipsen beeld reeds drie maal verhuisd, in functie van de huisvestingsmogelijkheden in de familie. Nu staat het al 8 jaar bij mij thuis op de schoorsteenmantel. Wachtend op een definitieve “bronzen” redding zoals voor de Pax gebeurd is (een oproep…). Of misschien belandt het ooit als zodanig in het In Flanders Field Museum in Ieper?

Door Christian Daems.


Spellingsfout gezien? Selecteer de tekst met uw linker muisknop en klik op Ctrl+Enter.

Geef een antwoord