4. Louis De Winter als Mecenas

4.2. Armand Jamar (1870 – 1946)

Jamar
kunstschilder Jamar.

De ontmoeting van Dokter Louis De Winter met de Luikse Doctor in de Rechten-kunstschilder Armand Jamar is voldoende bekend. Tijdens één van zijn vele wandelingen doorheen de stad in 1929 hield hij in het begijnhof halt achter een schilder in volle activiteit. Onmiddellijk bekoord door het kleurenpalet, de schildertechniek, de snelheid van executie van Jamar stelde Louis hem voor alles van hem te kopen dat hij nog zou schilderen, voor zover zij samen zijn “visioenen” zouden uitwerken. Jarenlang werd Jamar gedurende weken periodiek gehuisvest in de Hotel du Beffroi in de Hallestraat (de Ouden Burg waar Louis woonde was juist om de hoek) waar hij bliksemsnel schilderde. Langere “cinémascoop” doeken staken soms uit het venster van het te klein hotelkamertje… Door hints, aanbevolen lectuur, bezoeken ter plaatse, kon Louis De Winter de schilder zo ver krijgen dat ze beiden intellectueel, emotioneel en artistiek op dezelfde golflengte kwamen. Waarna Jamar zijn schildertalenten aan het werk kon zetten.

Over die zeer speciale symbiose leest men in het kunstboek “Armand Jamar” van Frédéric Gerard (1988 – Les Editeurs Associés): ”Il s’établit rapidement entre eux une compréhension mutuelle, des relations étroites, une affinité spirituelle qui deviendra dans la suite une sorte de communauté d’ esprit permettant au peintre de s’épanouir dans toute sa splendeur.

Zelf schrijft Dr. De Winter (vertaling uit zijn in het Frans opgestelde persoonlijke herinneringen A. Jamar en M. de Ghelderode) : “Mijn “samenwerking” met deze schilder kon niet anders dan een kapitaal gespreksonderwerp zijn tijdens mijn bezoeken (aan de Ghelderode). Hij heeft onmiddellijk de technische kwaliteiten van deze schilder vastgesteld en op prijs gesteld: kleuren, stenografische tekening, bliksemsnelle uitvoering… Maar als Jamar, door mij geïnspireerd, zijn zo persoonlijke visies bijeen schilderde over Vlaanderen en de zee, toen herkende de Ghelderode zichzelf in die werken en zag er de picturale transcriptie in van zijn pathetische liefde voor de zee en het land van Uilenspiegel. Hij was daarenboven verblind door de biologische en menselijke kwaliteiten van deze ouderling die 30 jaar ouder (1870 – 1948) was dan hijzelf, en die een niet alledaagse vitaliteit en dynamisme aan de dag legde waarbij hij schilderwerken realiseerde overeenkomstig zijn eigen hart en visies.”

Ganse reeksen uiteenlopende onderwerpen belandden zo op de doeken van Jamar: Vlaamse landschappen, zee zichten, Brugge, Damme, Lisseweghe, industriële sites, de legende van Thyl Uilenspiegel, de Divina Comedia, de slagvelden 14-18, belangrijke episodes van het Oud en Nieuw testament (de ruiters van de Apocalyps, de schepping van het Licht, kruiswegen, waaronder die in het Groot Seminarie van Brugge en in het Sanatorium in Sijsele, enz).

Tot aan zijn dood zou Louis De Winter volop genieten van die kunstwerken. In zijn werkkamer lagen die honderden schilderijen, meestal zonder kader of raamwerk, in pakjes op horizontale schuifladen per onderwerp geklasseerd. Twee speciale schildersezels op zwenkwieltjes, één in zijn werkkamer en één in de living, lieten hem toe altijd afwisselend andere doeken in zijn gezichtsveld te hebben.

Op het einde van zijn leven worstelde mijn grootvader met een dilemma, waarover hij mij enkele keren sprak: zou hij of zou hij niet de kwaliteit van de werken van Jamar voor het nageslacht valoriseren door een selectie te maken en de rest te verbranden… Hij is er (gelukkig?) nooit toe gekomen. Hij had het immers aartsmoeilijk om te bepalen waar de lat te leggen. En kon niet over zijn hart krijgen de hartverscheurende conclusies te moeten trekken uit zijn keuzes.

Wat is er verder van die unieke collectie geworden?

Laat ons stellen dat Louis De Winter niet alleen zijn genen heeft doorgegeven aan zijn nakomelingen, maar dat ook het interieur van zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen hun gemeenschappelijke oorsprong verraden door de aanwezigheid van de “Jamar ’s” die aan de muur hangen…

Onder impuls van Louis De Winter zal de wereldberoemde dramaturg Michel de Ghelderode verschillende artikels wijden aan Jamar, zijn werk, hun symbiose. Hierover meer in het aan de Ghelderode gewijde hoofdstuk. Ik kan toch niet nalaten een staaltje te geven van het enorm literair talent dat de Ghelderode, ten dienste stelde van Jamar, met bijvoorbeeld zijn beschrijving van de “Ruiters van de Apocalyps”:

Apocalyps
Apocalyps door Jamar.

“La vision des cavaliers surgis des pyrotechnies de l’orage, cravachés par la foudre et bondissant dans les ciels électrisés, en une chevauchée héroïque, et tel les hérauts annonciateurs de catastrophes imminentes. Ce n’est qu’un déclic, un battement de paupières – et notre voyance a capté cet ultra-rapide éclatement de couleurs sifflantes. Jamar semble avoir trouvé une joie sauvage à serrer de près ce mouvement fou, cette suspension dans le vide dont il donne la notion – un vide qui tonne, fracassé qu’il doit être par la galopade monstrueuse. »

Door Christian Daems.


Spellingsfout gezien? Selecteer de tekst met uw linker muisknop en klik op Ctrl+Enter.

Geef een reactie